Anloo: een kerk met een oude geschiedenis

Door Joke Visker - 9/25/2019

Komend vanuit Groningen maken we een tussenstop in Anloo. Blij verrast dat we onverwacht een afspraak hebben kunnen maken om de kerk te bezichtigen. De huidige Romaanse kerk stamt uit de Middeleeuwen. Maar al in de negende eeuw stond hier een houten voorganger.  Een oude plek met voor-christelijke wortels en verhalen over leylijnen. Die energie wil ik graag waarnemen. En waar moeten we de geheimzinnige naam van de moedergodin AnnA zoeken in deze kerk? Met twee hoofdletters nog wel...? 


Priesterdeurtje in het zuiden

Bij een eerste ronde langs de buitenkant van de kerk stuiten we op een klein deurtje ter hoogte van het koor. Het werd gebruikt als ingang voor de priesters, waaraan het de naam priesterdeurtje ontleent. De ingang voor de mannen was oorspronkelijk ook in het zuiden, meestal recht tegenover de ingang van de vrouwen in het noorden aan het begin van het schip.


Het priesterdeurtje aan de zuidzijde

Vrouwen ingang in het noorden

Boven de dichtgemetselde noordelijke ingang voor de vrouwen is een beeltenis aangebracht die ik even thuis moet brengen. Het stelt een mannenfiguur voor in een biddende houding. Beetje vreemd boven een vrouweningang, is mijn eerste gedachte. Later blijkt dat het hier gaat om een zandstenen grafplaat, die een voormalige beelden-nis bedekt. Een beetje passend gemaakt voor de gelegenheid. Dit type sarcofaagdeksel van zandsteen is bijzonder in Nederland, maar komt vaker voor in het naburige Oost-Friesland (Duitsland). Ik vraag me af welk beeld er oorspronkelijk in de nis heeft gestaan?


Oorspronkelijke vrouweningang met afgesloten beelden-nis

Een klein raampje om naar binnen te gluren

Op de rand van koor en schip is een klein raampje ingebouwd in de noordelijke muur. De officiële naam ervoor is hagioscoop. Vanaf de buitenkant had je zo zicht op het altaar of eventuele relieken. Ook kon je volgens de annalen de kerkdienst volgen van buitenaf. Maar hetzelfde raampje zou ook de functie gehad kunnen hebben om licht te laten vallen op het altaar in de kerk. En dat zou hier wel eens het geval kunnen zijn. In de nis stond namelijk hoogstwaarschijnlijk een altaar met een Mariabeeld. Mogelijk is dit raampje later aangebracht om hier zicht op te bieden? Het fresco op de muur lijkt op die plaats 'onderbroken'. Bij mijn weten was een meer gebruikelijke plaats voor zo'n klein raampje ter hoogte van het koor. Je keek dan op het hoofdaltaar. Dit laatste is na de Reformatie verwijderd. De bovenplaat ervan is hergebruikt als grafsteen voor Roedolf Wolters, te vinden in het koor.


Hagioscoop noordzijde buiten en binnen

Hoofdaltaar en zijaltaren

Oorspronkelijk bezat de kerk drie altaren. Het hoofdaltaar stond zoals gebruikelijk aan het hoofdeinde van het koor. Dan waren er nog twee zijaltaren aan weerszijden van het einde van het schip, bij de boog naar het koor. De altaren zijn verdwenen, maar de nissen herinneren nog aan hun bestaan.

In en rond de nis zijn aan beide kanten resten van een fresco bewaard gebleven. De ouderdom ervan wordt geschat op de 13de eeuw. De schildering in de nis stelt de vlucht naar Egypte voor. Jozef is afgebeeld met een knapzak, samen met een ezel. Maria is een beetje vervaagd.
Samen met de twee andere fresco's vormden ze de achtergrond voor een Maria altaar, dat in de nis gestaan moet hebben. Maria altaren stonden gewoonlijk in de noord-oosthoek van het schip.


Overzichtsfoto fresco's noordzijde en boven de boog


Een verborgen grafkelder

Tijdens een restauratie van het schip is in 1942 onder het koor een oude grafkelder ontdekt. Die vondst leidde tot een meningsverschil tussen de archeoloog en de restaurateur. De eerste wilde tijd voor meer onderzoek, de tweede wilde door met het werk, omdat het koor niet onder de restauratie viel.
Het geheel werd afgesloten, maar niet nadat de restaurateur een vluchtige blik door het ontstane gat geworpen had. Hij ontdekte de schedels van twee volwassenen en een kind. Het gat werd gedicht en de kelder kwam in het vergeetboek. Het bestaan ervan werd teruggevonden in een oud archief. Dat was rond 1980. In 2016 leidde dit uiteindelijk tot nieuw onderzoek.
Een rijke edelman van het geslacht Alberda heeft de grafkamer in 1750 laten bouwen. Naast zijn twee echtgenotes en een dochtertje zijn er nog vier onbekende mensen in bijgezet.
De Magnuskerk van nu is rond het jaar 1050 gebouwd. De trap die toegang geeft tot de ruimte bestaat uit keien en lijkt uit deze tijd te stammen. De grafkelder is dus zo'n 700 jaar later gebouwd, waarbij gebruik gemaakt is van deze middeleeuwse voor het oog verborgen trap.
Waar heeft die eerste trap naar geleid? Was er ooit sprake van een crypte onder het koor? Je bouwt geen trap naar beneden naar een plek waar niets is, toch? En wisten de bouwers van de grafkelder van het bestaan van die trap?
De kelder is te bezichtigen. Een steil trappetje leidt naar beneden. Zelf houd ik het bij foto's maken en ga de uitdaging niet aan 😉.



Terug gevonden grafkelder onder het koor


Een sarcofaagdeksel met vroeg-christelijke motief

Naast de kansel ligt een bijzonder Romaans sarcofaagdeksel uit de twaalfde eeuw. Het is net als het deksel boven de voormalige vrouweningang gemaakt van gele Bentheimer zandsteen. Het laat een kruis zien dat door bladmotieven omgeven is.
Het motief op dit sarcofaagdeksel is voor-christelijk en laat zich van twee kanten bekijken. Bij het kruis zijn aan de onderzijde delen van een zonnerad te zien, vergelijkbaar met Keltische kruizen.
Maar draai je je om, of beter gezegd, kijk je vanaf de andere kant, dan herken je het motief van de levensboom, met de zon aan zijn voet. Door de dwarsbalk van het kruis lijkt deze dan geworteld in de aarde. Ook hier keert het zonne-motief terug. De grafplaat is tevoorschijn gekomen tijdens opgravingen.


Grafsteen met voor-christelijke motieven, zonnerad, levensboom 


                Motief zonnerad                                               Keltisch kruis (Schotland, 2017)

Fresco op de noordelijke wand

Het geboortetafereel van Jezus is afgebeeld op het bovenste deel. Maria ligt in een Drents boerenbed onder een groene sprei, de os en de ezel aan de bovenzijde. Naast de dieren zijn  2 x 3 vage, elliptische vormen getekend. Het kindje Jezus ligt in doeken gewikkeld in de armen van Maria. Het bed rust op een rand met zigzag strepen, met bladmotieven er tussen. Het geheel wordt bekroond met een timpaan met aan beide zijden ervan de kop van een stier.
Van het onderste deel zijn twee scènes bewaard gebleven. Op de linker wordt de annunciatie voorgesteld: de engel die de geboorte van Jezus aankondigt. Op de rechter afbeelding staan twee mensen in omhelzing. Maria ontmoet hier haar nicht Elisabeth, die eveneens zwanger is.


Fresco op de noordelijke muur

Maria op de oostelijke wand

Een prachtige Maria is deels bewaard gebleven op de oostelijke wand. Ze zit op een troon en draagt haar kindje in de linker arm. De baby heeft een bijna volwassen gezichtje en is in het groen gekleed. Het haar van het kindje is geel gemaakt, dat van zijn moeder is groen.
Maria draagt de kleur rood en heeft een halo rond haar hoofd. De rode kleur is een bewijs van de ouderdom van de schildering. In 1649 werd door de Kerk beslist dat de Maagd Maria alleen nog maar in blauw en wit mocht worden afgebeeld.


Maria op een troon 

Het fresco in de nis heeft hoogstwaarschijnlijk als achtergrond gediend voor het Maria altaar. Het beeldt de vlucht naar Egypte uit. Jozef is afgebeeld met een knapzak en de ezel volgt. Maria is vervaagd.



                          rune links naast  de witte rand                                   rune links tweede vak boven

  
Een Drentse versie?

Het geheel stemt me tot nadenken. Sta ik hier te kijken naar een Drentse versie van het mij zo bekende geboorteverhaal? Maria ligt in een boerenbed met het kindje in haar armen. Geen engelen, maar vage vormen die toe lijken te kijken. De kribbe ontbreekt, evenals vader Jozef. 
Op de vlucht naar Egypte wordt hij afgebeeld met een knapzak. Vandaag kun je wandelen over knapzak-paden en in oude tijden lagen hier karrensporen. Hebben de schilders het Bijbelse tafereel vertaald naar hun eigen leefomgeving of moet ik dieper graven? 

Een gekerstend heiligdom

Waarschijnlijk is het eerste houten kerkje op een voor-christelijk heiligdom gebouwd. Dat kan bijna niet anders, want onze voorouders bouwden tot 1350 hun kerken bij voorkeur op de heilige plaatsen van hun voorgangers. Dat waren plaatsen met een bijzondere energie.
In de naam Anloo vinden we de naam van Anna terug. Het woord 'loo' komt uit de Germaanse taal. Het kan zowel 'open plek in het bos' als 'bosje op hoge zandgrond' betekenen. Vanuit het Latijn wordt 'loo' vertaald als 'heilige plaats'. Kelten en Druïden vereerden hun godin op open plekken in het bos. Staat de kerk op een plek waar ooit de godin Anna werd vereerd?  

Energie

Als we de kerk naderen vanuit het dorpscentrum is de energie al waarneembaar. Staand aan de linkerkant voor de toren ervaar ik deze het sterkst.
Ik vind dit terug in het boek Leylijnen en leycentra in de lage landen. Uit paranormale waarneming van de schrijvers kwam naar voren dat er twee hunebedden bij de kerk gestaan hebben, die mogelijk voor de fundering zijn gebruikt. Het grootste ervan lag vlak aan de zuidmuur en een kleinere nog wat zuidelijker. Verder is er door de schrijvers een tempeltje waargenomen van vier meter lang. Dit was iets ten zuiden van het leycentrum gelegen. Aan wie zou dat tempeltje gewijd zijn geweest?

De zoektocht naar Anna

Na al dit moois ben ik nog maar half op weg. De energie is duidelijk waar te nemen, maar de zoektocht naar Anna is nog niet voltooid. We turen naar haar naam op de fresco's en bestuderen lege muren op zoek naar runentekens. Stoelen worden van hun plaats gehaald om de vloer te inspecteren. Ondanks al onze inspanningen blijven aanwijzingen voor Anna voor ons verborgen.

Een voortgezette zoektocht brengt runen aan het licht en leert me op een andere manier naar het noordelijke fresco kijken. Niet alleen naar de elementen die ontbreken, maar ook naar de gebruikte kleuren. Rood en groen overheersen in de schildering. Het zijn de kleuren van vruchtbaarheid en leven. Denk maar aan de rode jurk van Maria. Zelfs de sterretjes zijn rood. Vraag een kind naar de kleur van de lucht en het zegt blauw. Het gras is groen en sterren zijn ... geel (of wit). Alleen de planeet Mars heeft een rode kleur en daar hebben kinderen nog geen weet van.

Kan het hier gaan om een 'gekerstend' fresco, teruggrijpend op de voor-christelijke verering van de moedergodin? De godin van geboorte, dood en wedergeboorte? Zij die in sprookjes de levensdraad spint, verbindt met anderen en weer doorsnijdt? De archetypische moeder die leven geeft?

Naar de naam van Anna hebben we lang moeten zoeken. Pas als je ver genoeg weg staat vallen de twee (rode) vormen op bij het noordelijke fresco. Laat je oog vallen op het het timpaan en het linker poortje onderaan. Glijd met je blik nog een keer van onder naar boven en je hebt gevonden wat je zocht. Dat geldt in ieder geval voor mij 😉.


Toegangsbord bij de Magnuskerk links voor de toren


De rode Mantel van Maria

Tijdens mijn (veelvuldige) bezoeken aan oude kerken speurt mijn oog naar Maria's met een rode mantel. Dat rood was op een gegeven moment uit den boze, omdat het de vruchtbare vrouw en moeder symboliseerde. De Drievoudige Godin werd vroeger uitgebeeld in drie kleuren: wit voor de Maagd, rood voor de moeder en zwart voor de oude, wijze vrouw of Crone. Drie fasen van het vrouw-zijn maakten de cyclus compleet.
In 1649 werd door de Kerk beslist dat de Maagd Maria alleen nog maar in blauw en wit mocht worden afgebeeld. Vanaf dan moet ze worden afgebeeld in de bloei van haar jeugd, met een zacht gezicht en goudkleurig haar. Haar handen gevouwen onder haar borst of in gebed, de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren rond haar hoofd. Ze vertrapt het hoofd van de draak onder haar voeten.
Het was Spaanse kunstschilder Pacheco die deze regels voor de Inquisitie vaststelde en vastlegde in zijn Arte della Pintura.

Bron: Our Lady in Art. Met dank aan Margaret Starbird voor deze aanvullende informatie.

Verplicht bouwen op heilige plaatsen

Onze voorouders bouwden tot 1350 hun heiligdommen bij voorkeur op krachtplaatsen. Deze plaatsen werden in principe door de Kerk overgenomen en gekerstend, net zoals dit met het altaar gebeurde. Het in gebruik nemen van deze 'heidense' plaatsen gebeurde in opdracht van Paus Gregorius de Grote. Tijdens het Concilie van Tours in het jaar 567 werd het vereren van stenen, bomen en bronnen verboden. In 601 verbiedt Paus Gregorius de Grote (589-604) het verder verwoesten van heilige plaatsen. Hij geeft per brief aan Mellitus de opdracht om alle heidense plaatsen te integreren in het christelijk geloof ('de tempels van de heidenen niet te verwoesten maar met wij-water te besprenkelen en daarna in christelijke kerken te veranderen').
Het verbod om nog langer op voorchristelijke plaatsen te bouwen lijkt in relatie te staan met het uitbreken van de pest. 


Bron: Brief Paus Gregorius aan Mellitus: link





Adres

Magnuskerk, Kerkbrink 1, 9467 PH Anloo
Website: https://www.magnuskerk.nl/
De kerk is geopend op afspraak.
Mailadres:info@magnuskerk.nl
Telefoonnummer: 06-20 97 68 87


Bronnen

Bergman, Ineke, Godinnen van eigen bodem (2007)

Brochure: De middeleeuwse kerk van Anloo (2019)
Dijk, Ada van, Romaans Nederland (Zodiaque) (1994)
Kroesen, J.E.A, Verdwenen zijaltaren, artikel Nieuwe Drentsche volksalmanak 2007
Lee, Katherine Rawlings Jenner e.a, Our Lady in Art (1910), Reprint: BiblioLife, LLC 
Starbird, Margaret, De vrouw met de albasten kruik (1995)
Vleer, Wigholt, Leylijnen en leycentra in de Lage Landen (1992)

Websites

Betekenis Loo: link Hagioscoop: link
Grafsteen Roedolf Wolters: link
Plattegrond grafkelder: link
Korte geschiedenis van de grafkelder: link 1, link 2
Runen: link 

De Mariakapel in Keins

Door Joke Visker - 9/23/2019

Het Middeleeuwse beeld van Maria stond oorspronkelijk in Keins. De kapel die voor haar gebouwd is zou samen met de put op een leylijn liggen. Dat verklaart de verhalen over wonderen en geneeskrachtig water. Het is even zoeken naar het juiste adres. Met 'Westfriesedijk 2a, Schagen' breng het navigatiesysteem ons niet op de goede plek. We hebben nog zo'n 17 kilometer te gaan. Die dijk is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want aan het begin ervan kruist deze met het adres Keins 2a, Schagen. We vinden het kapelletje vlak om de hoek bij een boerderij. Gevonden!...

Dit blog is een uitbreiding op: Eigenlijk kwam ik voor die ene Maria





Het Mariabeeld en de put

Het Mariabeeld duikt op uit het water rond het jaar 1510. Het wordt gevonden aan de Westfriesedijk bij Keins. Is ze afkomstig van een Portugees zeilschip zoals ze zeggen? Nadat het is schoongemaakt in de dichtst bijzijnde put verblijft het beeld tijdelijk in een huisje op de dijk. Tot ze in 1519 in een eigen kapelletje geplaatst wordt. Zoals dat vaker gebeurt wordt dit gebouwtje in het kader van de Reformatie verwoest en later weer opgebouwd.
In het nieuwe kapelletje komt een nieuw Mariabeeld. Daar heb ik me even het hoofd over gebroken. Het eigenlijke beeld staat toch in Hoorn? Waarom niet gekozen voor een kopie?
Na wat zoeken wordt me duidelijk dat die keuze er niet was. Maria blijkt na de verwoesting verdwenen om pas rond 1930 weer tevoorschijn te komen uit het water. Uit een sloot dit keer. Je zal haar maar tegenkomen tijdens je werkzaamheden. Vanaf dit tijdstip huist ze nog een kleine zeventig jaar bij de vinder. Pas in 1997 wordt ze door de familie in bruikleen gegeven aan het Museum in Hoorn. En dan staat de nieuwe kapel er al lang en breed. Mét een nieuwe Maria...


De middeleeuwse Maria en de moderne versie 

De wonderen zijn de wereld nog niet uit

De kapel waar het oude Mariabeeld thuishoort ligt samen met de waterput op een leylijn. Het water ervan wordt al vanaf het begin als geneeskrachtig beschouwd. Het destijds gevonden Mariabeeld is ook in deze put gereinigd. Begonnen toen de genezingen en gebedsverhoringen of had het water uit de put voor die tijd al een geneeskrachtige werking? En maakt het uit voor het verhaal?
Zowel de kapel als de put staan op een leylijn. Sta je rechts van het altaar bij het raam, dan voel je de energie heel sterk. Eigenlijk is het dan ook niet erg verwonderlijk, als je beseft dat je vanuit dat raam bijna recht op de put kijkt. Ook hier is de energie sterk aanwezig. In de kapel staat een emmer met bronwater uit de put. Niet van drinken, is het advies. Ik krijg dan zelf altijd even de neiging :-).


Rechts van het altaar is sterke energie voelbaar. De put en het altaar liggen op een rechte lijn


De put met geneeskrachtig water Maria als boegbeeld van het Portugese schip


Informatiebord bij de kapel



Adres

Mariakapel in Keins:  Keins 2a, 1741 NR Schagen. Website

Noten

Keins ligt op een lange leylijn die loopt van Santiago de Compostella naar Archangelsk.
Onderstaande kaart laat een stukje hiervan zien.
Een grotere kaart vindt je op deze site van Ton van der Leeden


Met dank voor het gebruik van deze foto aan Ton van der Leeden

Websites

https://www.rkkerkschagen.nl/mariakapel-de-keinse/
http://www.lichtoplegenden.nl/maria-van-keins/
Zie ook websites vorig blog: Eigenlijk kwam ik voor die ene Maria







Vreemde eikeltjes

Door Joke Visker - 9/23/2019

Zo af en toe loop ik langs de eik die in een kleine tuin langs het water staat. Toen ik naar hem op zoek was, vlak nadat ik in Maassluis kwam wonen, vond ik hem bij het huis waar mijn oma ooit woonde. De takken hangen ver over het water en vaak bewonder ik hem vanaf het Karnemelkse bruggetje. Maar deze keer kom ik bovendijks en constateer dat ik heel misschien een brilletje nodig heb. Die groene en rode bolsters heb ik nog nooit eerder gezien...




Knoppergal op de eikenboom

Dit jaar reiken de takken tot aan de dijk

Deze zomer raken de takken de bovenkant van de dijk. Zo kan ik het geheel bijna op ooghoogte bewonderen. De eikels zien er wat ongewoon uit. Boven het dopje zit een groene bolster als een soort hoedje. Nieuwsgierig doe ik een stap dichterbij. Wel voorzichtig natuurlijk, want even te ver overbuigen en ik lig beneden voor de deur van het huis :-). Nooit eerder gezien. Of nooit eerder goed gekeken? De groen gekleurde bolsters voelen kleverig aan. Ik zie ook rijpere, roodgekleurde exemplaren. Ik stel mezelf gerust. Over het algemeen hangen de takken van een eik een flink eind boven mijn hoofd. Dus misschien is het zo gek nog niet dat die groene en ook rode soort vruchten aan mijn aandacht ontsnapt zijn.


De takken reiken ver over het water en raken de bovenkant van de dijk


Groene en rode knoppergal

Knoppergal

Thuisgekomen duik ik toch voor de zekerheid even achter de laptop. Ik lees dat er een nieuwe opmars gaande is van de galwesp Andricus quercuscalicis. Quercus is de Latijnse naam voor eik. En Andricus is zoiets als een familienaam. Deze galwesp maakt de knoppergal in de napjes van de eikels van de zomereik. Raadsel opgelost en voorlopig nog genoeg aan een leesbril :-).


De eik is flink gegroeid in de afgelopen jaren



Websites

https://www.gelderlander.nl/overig/gerrit-jansen-rare-eikel-zomereik-is-coproduct~afad024d/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Andricus
https://nl.wikipedia.org/wiki/Moseik
https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=16224


Edam, de stier en de kerk

Door Joke Visker - 9/23/2019

Op een zonnige maandag belanden we enigszins onverwacht in Edam. Daar bezoeken we 's middags de Sint Nicolaaskerk aan de rand van het dorp. Er is veel moois te zien, waaronder bewerkte pilaren en bijzondere glas-in-lood ramen. Maar het allerleukste vind ik de legende van de stier en de kerk...

De legende van de stier in Edam

De legende vertelt dat de bouwheren het niet eens konden worden over de plaats waar de nieuwe kerk moest komen. Zo werd er besloten om een stier los te laten in het midden van de stad. Deze legde zich ter ruste op een verhoging in het noorden. Dit werd gezien als de goede plaats om de kerk te bouwen. Zo komt het dat de Grote Kerk of Sint Nicolaaskerk aan de buitenrand van het dorp staat en niet in het centrum. In het wapen van Edam staat een stier centraal. Kan toeval zijn?
In de brochures van de kerk vinden we de toevoeging dat 'de bouw van de nieuwe kerk deel uitmaakte van een weloverwogen stadsuitbreiding aan het begin van de 15 de eeuw'. Het eerste kerkje moet echter al ver voor die tijd gesticht zijn.

De legende van de ossen in Nijland

Ook aan de Sint-Nicolaaskerk in Nijland is een zelfde legende verbonden. Twee aan elkaar gebonden ossen moesten de goede plaats voor een nieuwe kerk bepalen. Hier was geen onenigheid over de plaats, maar werd het werk dat overdag tot stand kwam tot drie keer toe afgebroken. De ossen trokken een kar vol bouwmaterialen en werden losgelaten om hun eigen weg te zoeken. Ze werden de volgende morgen terug gevonden in een rietpoel. Daar werd de nieuwe kerk gebouwd. De ossen hadden brandende waskaarsen tussen hun hoornen. Ik vind het een geweldig verhaal!

Gewijd aan Sint Nicolaas

De Grote Kerk in Edam is gewijd aan Sint Nicolaas. Hij was onder meer de beschermheilige van schippers, scheepsbouwers, vissers en handelslieden. De bevolking van Edam, havenstad,  kon zijn bescherming dan ook goed gebruiken.
In het hoofdstukje gewijd aan de bouw stuit ik op de volgende tekst: 'Op de avond voor 6 december werd met enige ceremonie een staf in de grond gestoken op de plaats waar het hoofdaltaar zou komen te staan. De eerste zonnestralen die de volgende morgen op de staf vielen veroorzaakten een schaduwlijn. Die lijn noemde men de levenslijn van de kerk'. Deze lijn werd doorgetrokken over de hele lengte die de kerk moest krijgen. Het bevestigt de wijding aan de goedheiligman, waarvan we allemaal de 'verjaardags'datum kennen 😁.
Leuk, denk ik.  Maar klopt het ook? Ik onderzoek de ligging van de kerk op de plattegrond. Op het eerste gezicht loopt de lengte-as min of meer oost - west. Met de oostelijke kant iets opgeschoven naar het noorden, maar deze marge is maar klein.
Om een kerk precies oost-west uit te lijnen kon de bouw het beste beginnen op 21 maart (of 21 september). Dan staat de zon exact in het oosten. Eventuele afwijkingen hebben dan te maken met energiestromen die de kerk voeden.

De stier, het altaar en de 'Nicolaas'lijn

Die 'Nicolaas'lijn zit me toch niet lekker. Ik probeer me een beeld te vormen van de ligging. Op 6 december naderen we midwinter en komt de zon een stuk lager op, in het zuid-oosten. De lijn van de staf van Sint-Nicolaas loopt dus niet synchroon met de middellijn van de huidige kerk, is mijn voorzichtige conclusie.
Kruist deze 'Nicolaas'lijn de belangrijkste eerste energiestroom? En hoe wisten ze dan precies waar het altaar moest komen?
'Dieren prefereren vaak een leycentrum. Bekend is dat ossen en koeien bij voorkeur op een knooppunt gaan liggen. Duizend jaar geleden bepaalden ossen waar een kerk moest komen en de plaats van het altaar' lees ik in een stukje over leylijnen en heiligdommen (bron). 
Dat brengt me terug bij de legende van de stier. Als de plaats waar de stier ging liggen gezien werd als het beste plekje, moet dat ook de beste plek voor het altaar geweest zijn. Dan snap ik ook waarom die staf daar  in de grond werd gestoken...

Het altaar en de zon

Het altaar op het knooppunt wordt beschenen door de zon op het moment van de bouw van de kerk. Zou het dan ook nu nog de eerste stralen op die decembermorgen opvangen door bv een raam? 
In vroegere tijden werden bepaalde beelden en altaren bij opkomst door de zon beschenen, lees ik bij Mellie Uyldert. 'Op dat tijdstip werd op die plek een bijbehorend feest gevierd'. Ik herinner me de kerkmis in Orcival waar de zon op 15 mei precies op het altaar scheen. Alléén op die dag en dan ook nog precies om twaalf uur. Geldt dat ook voor deze kerk? Over het feest hoef ik mijn hoofd niet te breken 😃.

Een oude kerk

Onder de eerste plattegrond op het informatiebord staat het jaar 1475 vermeld. In de kerk zelf zijn resten van fundamenten gevonden uit ongeveer 1320. Dat scheelt dus zo'n anderhalve eeuw. Vermoedelijk dateert de bouw van het eerste kleine kerkje uit het begin van de 14de eeuw.
Kerken werden in de Middeleeuwen niet zomaar gebouwd. Bouwplaatsen werden met zorg uitgekozen. Niet alleen de energie van de aarde, maar ook die van de zon speelde een belangrijke rol.
Op internet vind je de Grote of Sint-Nicolaaskerk genoemd op verschillende sites over leylijnen.


Stadia kerkenbouw


Prachtig bewerkte pilaren

  

Details pilaren


Adres

Grote Kerkstraat 57, 1135 BC Edam

Noten

Onze voorouders bouwden tot 1350 hun heiligdommen bij voorkeur op krachtplaatsen (lees: voor-christelijke heiligdommen, leylijnen, leycentra). Van runderen is bekend dat ze graag op knooppunten van leylijnen gaan liggen.
Het verhaal van een stier of os die de plaats van een stad of kerk bepaalt door er te gaan liggen komt regelmatig terug in verschillende bronnen.
Dieren hebben een speciale voorkeur voor bepaalde plaatsen. Runderen, honden en paarden zoeken plaatsen waar de energie 'yin' is. Daarentegen worden katten, mieren, bijen aangetrokken door 'yang' energie.

Bronnen

Brochure: Grote Kerk Edam (Uitgave: Stichting Vrienden van de Grote Kerk)
Brochure: De grote kerk van Edam (vereniging Oud Edam)
Mellie Uyldert - Aardes levend lichaam


Websites

Eerder blog: Een bijzonder moment in Orcival 
Legende Edam bron 1
Legende Edam bron 2 
Legende kerk Nijland  bron 1
Legende kerk Nijland bron 2 
Sint Nicolaas beschermheilige
Leylijnen en heilige plaatsen bron 







De residentie van de Grote Moeder

Door Joke Visker - 9/10/2019

10-09-2019: Toevoeging Leeuwinnenkop in de Moederrots

De residentie van de Grote Moeder ligt in het verlengde van de Externsteine in het Teutoburgerwoud. In het boek dat ik bij me heb  vind ik een passage gewijd aan de rots waar de Moedergodin in oude tijden vereerd werd. Concluderend dat we er linksom niet komen (neem na zoveel meter de afslag naar een paadje dat rechts de berg op gaat), laten we ons van de bergrug voorzichtig terug glijden naar beneden. Dit gaat hem niet worden op deze schoenen. Jammer, maar het is niet anders. Dan maar rechtsom en proberen het pad te volgen dat naar de achterkant van de rotsformatie leidt... 

Op zoek naar de Moederrots

Boven gekomen lopen we langs de achterkant van de rotsformatie. Op een van de buitenste stenen kun je van het uitzicht genieten, beschermd door een ijzeren hek. Veiligheidshalve is er aan de kant van de stenen een lage, houten afscheiding geplaatst. Eigenlijk is dat best te begrijpen, al maakt het onze zoektocht niet makkelijker. Het zoeken naar de rots die lijkt op die van de foto uit het boek voelt een beetje vergelijkbaar met het zoeken naar de bekende speld in een hooiberg. Maar je weet maar nooit of dit alternatieve pad soms een verrassing met zich meebrengt. Goed aangekleed met deze temperatuur is het lekker wandelen in-de-zon-langs-het-hek. Net als we besluiten terug te keren houdt de begrenzing plotseling op. Links verschijnt een smal bospaadje dat ons lokt. Even kijken? Onzichtbaar voor het oog ligt een grote rots verborgen achter het groen. We herkennen de Rots van de Grote Moeder aan de diepe scheur en de vorm. Terwijl we ernaar op zoek zijn lopen we er min of meer tegenaan. Gevonden!


Rechts ligt een pad dat naar de achterkant van de rotsformatie leidt 


Onzichtbaar voor het oog ligt een grote rots verborgen achter het groen.


De Moederrots

De leeuwinnenkop 

Augustus 2019 zijn we met vrienden opnieuw bij de Moederrots. Komt het door de lichtval dat de leeuwinnenkop me opvalt? Kennelijk vraagt ze dit keer mijn aandacht. Passend is het wel: de leeuwin die de Moederrots beschermt 😉.


Leeuwinnenkop bij de Moederrots

Bomen, lintjes en een altaartje

Er is geen twijfel mogelijk dat hier de Grote Moeder vereerd werd. Een wereld van verschil met de foto uit het boek. Het lijkt alsof de plek in de tussentijd herontdekt is. De bomen voor het Heiligdom zijn versierd met lintjes. Links een berk, rechts in de hoek een vlier. De vlier is de boom die symbool staat voor de Drievoudige godin en daarmee voor de Grote Moeder. Een platte steen voor de rots wordt gebruikt als altaar en ligt vol kleine offertjes. En toch kun je er niet zomaar komen. Een omgevallen stam verspert de directe toegang. Je moet je welbewust een weg banen naar deze heilige ruimte. Het is een prachtige, zonnige plek waar ik een vrolijk gevoel aan over houd. 



Een platte steen voor de rots wordt gebruikt als altaar en ligt vol kleine offertjes

De zetel van Veleda

Op de terugweg doen we een poging om de 'zetel van Veleda' te traceren*. Het is een kleinere steen waarin je de vorm van een stoel kan herkennen. Ergens halverwege een helling zien we hem liggen. Rechts naast het uitkijkpunt, achter het houten hek. Zomaar twee vrouwelijke elementen bij de Externsteine. De residentie van de Grote Moeder heeft zo haar eigen gewijde ruimte en haar eigen energie :-).


De zetel van Veleda halverwege de helling van de berg



Adres

De rotsformatie de Externsteine ligt in het Teutoburgerwoud (Duisland). 

Noten

Veleda was een Germaanse zieneres (link)

Bronnen

Die Externsteine- Usch Henze, uitgeverij Neue Erde, ISBN 3-89060-229-0 (2006)

Eerdere blogs

De Externsteine: Link 

Websites


Godin Veleda: Link