Nijland: over twee ossen en een sterrenbeeld

Alleen al om de legende die verbonden is aan de bouw van de kerk wil ik hier graag naar toe. Het is het aloude bekende verhaal van een kerk die tot drie keer afgebroken wordt in de nacht. Tenslotte wordt de goede plaats gevonden met behulp van twee aan elkaar gebonden ossen. Waar de dieren zich ter ruste leggen wordt de kerk gebouwd. In de kerk is een glas-in-loodraampje te vinden met de twee ossen waar het verhaal over gaat. Dat raampje is overigens een stuk kleiner dan ik in gedachten had...

Gebrandschilderd glas met de twee ossen

De legende

De twee ossen in het raampje staan symbool voor de legende die bij de kerkstichting hoort. Toen de 'huislieden op ’t Nieuwlant bij Bolsward' in 1275 begonnen met de bouw van hun kerk werd deze tot twee of drie keer 's nachts afgebroken. Ze begrepen dat dit niet de goede plaats moest zijn voor de bouw van de kerk. Om die reden bonden ze twee aaneengekoppelde ossen voor een wagen, waar ze stenen en aarde op legden. Ze besloten de kerk te bouwen op de plaats waar ze de dieren de andere morgen zouden vinden. 
De ossen werden in 'een seer leege plaets gevonden, hebbende op haar Hoornen twee brandende Waskeersen'. Toen de bouwlieden dat zagen begonnen ze direct de plaats op te hogen waar ze daarna de kerk op gebouwd hebben (1)

In een variatie van de legende worden de ossen gevonden in 'een zeker rietbosch'. En in nog een latere versie moeten het wel de priesters van het klooster Hartwerd geweest zijn die de kerk tot drie keer toe afgebroken hebben. De wagen vertrok in dit verhaal vanuit het oude klooster om de plaats van de nieuwe kerk te bepalen. Hoe dan ook moet de boodschap duidelijk geweest zijn. De plaats voor de bouw van de kerk berustte op goddelijke aanwijzing.

Twee ossen

In het schip vind ik het raam met de afgebeelde ossen. Tot mijn verbazing is het een heel klein raampje dat in het grote raam geplaatst is. De ruitjes zijn in 1617 vervaardigd. Ooit heeft het deel uit gemaakt van een groter geheel, dat in 1823 verloren is gegaan. Het was een van de redenen dat ik graag deze kerk wilde bezoeken. De twee afgebeelde ossen staan symbool voor de stichtingslegende van de kerk. 

Die twee ossen komen we vaker tegen. Niet alleen in het glas-in-loodraam in het schip, maar ook in het hoge, smalle raam van de toren. Ze zijn afgebeeld op het wapen van Nijland. Het is in 1975 ontworpen door Jelle Terluin. Je kan ze het beste zien vanaf de binnenkant. In de hal bij binnenkomst aan de noordkant prijken ze met zijn tweeën op een houten bordje. 


Dat raampje is overigens een stuk kleiner dan ik in gedachten had...


Bordje in de hal bij de noordingang           Onderste deel van het raam in de toren 

Via het hoogkoor naar de schatkamer op zolder

Vanuit de hal bij de noordelijke ingang kom je bij een trap die naar de bovenverdieping leidt. Deze zolder is ingericht als museumruimte. Er staan vitrines met voorwerpen die gevonden zijn tijdens restauraties. 
Waar ik naar op zoek ben is het blad waar de legende ooit opgetekend is, samen met de oorkondes die daar bij hoorden. Ik vind ze in de vitrine rechts naast de toegangsdeur.


Verklarende tekst gebrandschilderd glas (1877) 
bij het zegel met de twee ossen van de kerkbouwsage  (ca 1750)


Kerkzegel met de twee ossen en het Dorpswapen

Een eigentijds kunstwerk 

De legende heeft model gestaan voor het kunstwerk dat in 1995 gemaakt is door Anne Woudwijk. Het kunstwerk is te vinden op het plein bij de ingang van de kerk staan. De twee beelden stellen de voorkant en de achterkant van de ossen voor. De steen met voorkant van de os staat symbool voor het leven.  De steen met de achterkant van de os staat symbool voor de dood. De os die met de voorkant afgebeeld is heeft een brandende kaars tussen de hoorns.  


De os loopt het leven in met de waskaars tussen de hoorns


Deze os loopt het leven uit

Bouwsagen en de relatie met een oude of heilige plek

Vaak is een kerkstichtingssage verbonden met een heidense cultusplaats. De bouwplaats wordt uitgekozen door koeien of ossen. Geeft deze sage aan dat de kerk op een krachtplek gebouwd is? 
Maar Nijland is op de plaats van de ingedijkte Middelzee ontstaan en heeft dus geen binding met een oudere voorchristelijke plaats. Tenzij er voor die tijd sprake van bewoning op deze plek is geweest en dat is nog maar de vraag. In dat geval zou er sprake geweest moeten zijn van een terp. Hoe ik het ook wend of keer, en hoeveel bronnen en kaarten ik ook raadpleeg, Nijland is niet gebouwd op een bestaande terp. In de legende wordt de plaats waar de kerk gebouwd moet worden als eerste opgehoogd.

Helemaal onbewoond is het gebied waar Nijland ontstond niet altijd  geweest. Aan het begin van de jaartelling was er bewoning in enkele nederzettingen op terpen. Er zijn ook voorwerpen uit die tijd gevonden. Op een klein terpje bij Nijlanderzijl is bij een afgraving in 1926 een beeldje uit de Romeinse tijd gevonden (2). Dat beeldje staat niet op zichzelf. Er zijn ook Romeinse munten uit de 1e en 2e eeuw gevonden in Nijland, Scharnegoutum en Tirns (3).

Verschillende van die nederzettingen zijn later weer regelmatig overstroomd en om die reden verlaten. Andere plaatsen bleven min of meer bewoonbaar. Die plaatsen vormden mogelijk met elkaar het dorp Dodokerk. Dodokerk is een oudere naam voor Nijland (Ten Hoeve, H2 en p. 223).

Krachtplaats

De vraag of er gebouwd is op een voormalige heilige plaats kan dus in principe worden uitgesloten. Maar waarom dan een bouwsage waarin dieren op een bovennatuurlijke wijze een plaats voor de kerk aanwijzen? (Glazema p.129). In voorchristelijke bronnen wijzen witte of maagdelijke dieren vaak de heilige plaats aan (Geysen p. 49). 

Kan het zijn dat de kerk van Nijland gelegen is op een leylijn die van Bolsward naar Sneek loopt? Nijland ligt ongeveer halverwege Bolsward en Sneek. De toren van de Martinikerk in Bolsward staat op een leycentrum. Bij de Martinikerk in Sneek is sprake van een leycentrum aan de westzijde van de kerk. Op deze plaats heeft bij een eerdere kerk een klokhuis gestaan (Vleer, p. 87, 94).

In Leylijnen en leycentra in de Lage Landen worden zes criteria genoemd voor het bepalen van de plek waar een kerk moest verrijzen. Eén daarvan is de plaats waar twee ossen gingen liggen. Zit ik dan toch een beetje in de buurt? 
Ossen en koeien hebben een voorkeur voor 'rustige' plekken. Kerken hoorden in de Middeleeuwen gebouwd te worden op plaatsen met energie. Moesten de ossen die heilige plek vinden bij gebrek aan oudere bekende heilige plaatsen? In ieder geval is het gelukt, want ook deze kerk staat op een leycentrum (Vleer, p. 26).

Op de valreep ontdek ik in het boek 'Het geheim der eersten' dat Nijland een van de punten van het sterrenbeeld Stier markeert. Het teken volgt de weg van Sneek naar Bolsward. Ook Bolsward maakt deel uit van dat sterrenbeeld. Het gaat om terpen die samen het sterrenbeeld Stier vormen (4)
De visie die ik tegenkom in het boek is dat de plaats van de terp en de kerk bepaald is door de ster van het sterrenbeeld Stier. De legende zou dit dan bevestigen.  Het is maar hoe je ernaar kijkt...

Op een terpenkaart van de 11de eeuw ligt het dorpje in het drooggevallen deel van de Middelzee. De kerk is dus niet gebouwd op een bestaande terp, maar wel op een terp die opgeworpen is voor de bouw ervan. En dat roept de vraag op of de bouwers weet hadden van de krachtplaats en dat de legende daar in een gekerstende vorm naar verwijst. 

In ieder geval ziet het ernaar uit dat de plaats voor de bouw van de kerk bewuste gekozen is met oude kennis. De energie is er voor mij duidelijk voelbaar...


Nijland maakt deel uit van het Sterrenbeeld Stier 
Uit: Het geheim der eersten, p. 108 
Met dank voor de toestemming om de tekening te plaatsen







Met dank aan de heer C. Feenstra, onze gastheer tijdens het bezoek



Adres en website

Tsjêrkegreft, 8771 SJ Nijland (bij Bolsward).

Kerken met bouwsages

(1) De legende van de kerkstichting is in 1597 opgetekend door Andreas Cornelis ( Occo Scarlensis) en dit is tegelijk de uitvoerigste weergave ervan. 
Nijland is niet de enige plaats waar een bouwsage aan de kerk verbonden is. Alleen al in Friesland zijn er gelijke legendes voor de plaatsen Nijemardum en Dronrijp. 
In Edam speelt een soortgelijke bouwlegende waarin een stier de plaats van de bouw bepaalt. 
In Laren werden de fundamenten van een kapel tot drie keer toe verplaatst naar de top van de heuvel buiten het dorp (zie gerelateerde blogs). In deze legende komen geen dieren voor.   
Geysen geeft als voorbeelden: Dronrijp, Edam, Hoorn op Terschelling en de Ossenkapel in Handel.

Bij de kerk van Nijland hoort een bouwsage, die 'thuishoort in een reeks, waarin dieren, soms raven, soms duiven, meestal een wit paard, of twee aaneengekoppelde, zogende koeien, of jonge stieren langs bovennatuurlijke weg de plaats aangeven, waar een kerk gebouwd zal worden' (Glazema, p. 129)
In voorchristelijke bronnen wijzen witte of maagdelijke dieren vaak de heilige plaats aan (Geysen, p.49). De moerassige plek wijst op een afgelegen plaats. 

(2) Het gaat hier om een klein terpje bij Nijlanderzijl, bij de Olgastate. Het lag 'midden in een rechte lijn gerekend, tusschen Hartwerd en Nijland, iets ten N. van de Schapelaan'. In andere bronnen vind ik als naam de terp Blanksens bij Nijlanderzijl waar het beeldje gevonden is. 
De afstand tussen Nijland en Hartwerd is in vogelvlucht ongeveer 2 kilometer. Het terpje lag ongeveer een kilometer ten noorden van de Nijlanderzijl. Dat laatste heeft de betekenis van sluis. 
Ik kan hier geen aanvullende informatie over vinden, behalve de vondst en de namen. 
De informatie hierover vind je in het honderdste verslag van den toestand en de handelingen van het Friesch genootschap van geschied., oudheid en taalkunde te Leeuwarden over het jaar 1 juli 1927 - 30 juni 1928 op p. 49. 

(3) Volgens de kaart van Brouwer en Eekhof die hier genoemd wordt zou het land tussen Hartwerd en Nijland tot de Middelzee behoord hebben. Ik heb die kaart even opgezocht. Je kan hem op deze link vinden. Deze kaart dateert uit 1834. Als er een beeldje uit de Romeinse tijd bij de afgravingen is gevonden roept dat vragen op over de kennis en de begrenzing van de Middelzee aldus het verslag.
Bij mij roept het eveneens vragen op. Want als er echt een terpje lag in de Romeinse tijd op een kilometer afstand van Nijland, lag er dan ook een oude terp waarop later de kerk is gebouwd?  
Een afbeelding van het beeldje vind je op deze site. De vondst van het beeldje duidt op een vroege bewoning van het gebied.

Uit de Ie en 2e eeuw dateren het bovengenoemde Marsbeeldje en Romeinse munten gevonden in Nijland, Scharnegoutum en Tirns.
In de 3e en 4e eeuw na Chr. werd het gebied overstroomd; de terpen werden opgehoogd of verlaten.
Dan wisselen overstromingen en  drooggevallen gebied elkaar af. De Middelzee wordt gevormd en uiteindelijk bedijkt en ingepolderd. Dan leven we ergens rond het jaar 1000. 
(bron noorderbreedte.nl, noot 5). 

(4) Over het al of niet bestaan van een terp in Nijland zijn de meningen dus verdeeld. 'Het is in ieder geval een van de weinige plaatsen die niet op een terp is ontstaan maar langs kruisende wegen' (Wikipedia). 
'Oudheidkundige vondsten uit  terprestanten bij Nijland wijzen erop, dat bewoning reeds aanwezig was aan het begin van onze jaartelling. Die bewoning moet  tot in de  12de eeuw hebben geduurd'.
In 1511 stonden er nog geen woonhuizen in de dorpskern. Zou het kerkje dan nog een tijd in zijn eentje hebben gestaan? In de bronnen wordt dorpsvorming voor 1100 niet uitgesloten. 
'Het land was al honderd jaar ingepolderd en in cultuur gebracht toen er begonnen werd aan de bouw van de kerk bij de nederzetting die bij een zoetwaterpoel met riet, vlakbij een ondertussen fossiele slenk van de Middelzee' (scan lezing Nijland). 


Oudheidkundige vondsten uit terprestanten bij Nijland wijzen erop, dat bewoning reeds aanwezig 
was aan het begin van onze jaartelling. Die bewoning moet tot in de 12de eeuw hebben geduurd

Eerdere blogs


Bronnen

Mr. P. C. J. A. Boeles, Friesland tot de elfde eeuw, 1927 (PDF
Geysen, Cois, De oude wijsheid, p. 48-50
Glazema, P, Gewijde Plaatsen in Friesland, 1948, p.129
Hemmink, Henriëtte, Het geheim der eersten, 107-108243-246
Hoeve, Sytste ten, De Nicolaaskerk van Nijland, 2014
Schoo, J, Over gelijkluidende kerkbouwsagen uit Friesland, Sleeswijk Holstein en Berner-Oberland, 
De Vrije Fries, twee en dertigste deel, 1934, p. 1-57 (link)
Vleer, Wigholt, Leylijnen en Leycentra in de Lage Landen, 1992, p. 26, 87, 94.

Websites

https://vici.org/vici/23643/ Beeldje en vindplaats Apollo




Reacties

  1. Een interessant verhaal Joke, ik had er nog nooit van gehoord dat ossen de plaats van een kerk bepalen,maar het hoort wel bij het sterrenbeeld Stier....

    BeantwoordenVerwijderen