Driel: een dorpskerk om te bewonderen

In juli ga ik samen met mijn man naar Driel, Heteren en Heelsum om ons te oriënteren op de kerkjes aldaar. Ik wil ze bezoeken in het kader van een lezing en de energie zelf ervaren. We bezoeken het kerkje in Driel als eerste en worden er gastvrij ontvangen. Het is schitterend in zijn eenvoud en tegelijk imponerend met zijn bijzondere preekstoel en orgel. De energie lijkt zich over het hele kerkje te verspreiden... 


De toren was ooit een verdedigingstoren

Een stukje geschiedenis: de kerk en de toren

Zowel het kerkgebouw als de toren laten wat van de geschiedenis zien. Het alleroudste stuk wordt gevormd door het schip. Het dateert al uit de elfde eeuw. Het was (of hoorde bij) de kasteelkapel van de Frankische hofstede de 'Oldenburg'. De wijk naast de kerk heeft diezelfde naam gekregen.  
Zo'n oud stukje maakt me vooral blij, omdat ik er vanuit ga dat er in de oudheid gekozen werd voor plekken-met-energie. Dat is in dit geval bijzonder goed gelukt.

De kerk zelf dateert uit de 14de eeuw en was oorspronkelijk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe. In de muren van het schip kun je nog de contouren van lagere ramen zien. Nadat de vloer op een gegeven moment verhoogd is kwamen die ramen wel heel erg laag te zitten. Op de foto zou je bijna kunnen denken dat het om deuren ging die aan de bovenkant ronde vormen hadden. 

Het koor is een tijdje later gebouwd, in de tweede helft van de 15de eeuw. In de kerk zelf kun je dit aan de scheiding van de kleuren van het plafond nog herkennen. Het plafond van het schip is rood geverfd, het plafond van het koor bestaat uit bruine steen. 


De oude situatie

De ingang die je nu ziet is er oorspronkelijk niet geweest. De toren heeft als verdedigingstoren gediend en je kunt dat nog zien aan de sleuven (schietgaten). Mensen konden bij gevaar in de toren schuilen. De ingang zal aan de kerkzijde geweest zijn.

Oorspronkelijk stond de toren los van de kerk en dat kun je nog zien vanaf de binnenkant. Je zou naar boven kunnen klimmen, maar die kans laat ik schieten. Je moet niet alles willen, toch? Over schieten gesproken: aan de zijkant van de toren zie je de schietgaten die bij de verdediging gebruikt werden.

De kerk had een indeling die je vanouds overal aantrof. De vrouwen kwamen binnen via de deur aan de noordzijde. De ingang voor de mannen was aan de zuidzijde. Ze zaten aan de kant waar ze binnenkwamen. Dus de vrouwen aan de linkerkant in de kerk en de mannen aan de rechterkant. 

De verdwenen kerkklok

De eerste kerkklok is in 1613 'in troebele tijden' geroofd, staat er in de informatie van de kerk. Gelukkig kon er na verkoop van een stuk grond een nieuwe worden gegoten. Aan die klok zit nog een heel verhaal vast dat ik hier nu even laat liggen. Hebben die troebele tijden te maken gehad met de Reformatie? De tijd waarin de beelden en altaren uit de kerk verdwenen zijn? 

De legende vertelt dat een grijze man in een geestelijk gewaad in de kerkdeur staat. Het moet een treurig gezicht geweest zijn om al die voor hem dierbare spullen te zien verdwijnen. Hij probeert te redden wat er te redden valt, maar zo makkelijk is dat niet. 
In zijn wanhoop spreekt hij een vloek uit over de kerkklok en over het wijwatervat dat er nog hangt. 'De duivel zal de kerkklok halen' roept hij uit. Dat de duivel dat ook echt zou doen heeft hij misschien nooit verwacht. 'Hij voerde haar over de Rijn en begroef haar aan de voet van de Duno', staat er in de legende. Nooit meer iets over gehoord, of toch? Als het kerstnacht is kun je haar onder de berg nog horen...
Het wijwatervat was voor de helft in de muur blijven zitten en daar zijn planken overheen getimmerd. Zo gaan die dingen. Misschien tijdens de kerstnacht toch eens luisteren?


Schietgat aan de zijkant van de toren


Sporen in de muur van lager geplaatste ramen


Brand en een restauratie

In 1915 heeft er een grote brand gewoed. Op foto's die vlak daarna gemaakt zijn kun je nog elementen terug vinden uit de tijd van voor de Reformatie. De nissen zijn nu verborgen in de muren. Eén nis is bewaard gebleven en die vind je terug in het koor aan de zuidkant. Die nis was bedoeld om het wijwater (gewijde water) via een goot naar buiten te laten lopen. Het kwam daardoor terecht op het kerkhof. Daar komt de uitdrukking 'Gods water over Gods akker laten lopen' vandaan. De nis zelf heet een piscina. Naast deze nis zat nog een hagioscoop, een raam, waardoor je van buitenaf de dienst kon volgen als je b.v. vanwege een besmettelijke ziekte de dienst niet kon bijwonen. Vanaf dat raam had je zicht op het altaar. In Oosterbeek (zie gerelateerde blogs) is de hagioscoop in de muur nog zichtbaar. 

Het kerkje is met zorg gerestaureerd.  Delen van de vloer zijn hergebruikt. Er is aandacht gegeven aan de kleurstellingen. Die aandacht en zorg voel je terug als je er bent. 


Interieur na de brand in 1915
Bron: Rijksdienst van Erfgoed (licentie)


Een preekstoel om u tegen te zeggen

De preekstoel van het kerkje overtreft alle verwachtingen. Ik had gelezen over de preekstoel in de kerk met de vier evangelisten. Die preekstoel is immens groot en heeft de afmetingen van een groot altaar. De symbolen van de apostelen zijn levensgroot uitgebeeld en bewonderenswaardig mooi. De preekstoel is afkomstig uit Hasselt, uit het Augustijner klooster in die stad.

Het beeldhouwwerk is om naar te blijven kijken en aan alle details is aandacht besteed. Aan de voorkant van de preekstoel schittert het alziend oog van God en eronder is een klein 'duivels' kopje uit het hout gesneden. Ik mocht het trapje van de preekstoel opklimmen, maar de meeste dominees hebben toch de voorkeur om op meer gelijke hoogte met de mensen in de kerk te staan. Maar ja, ik ben geen dominee 😉.



De houten Lodewijk XIV (14de) preekstoel dateert uit 1714. 
In 1916 kreeg het een plekje in deze kerk.


Het alziend oog van God met het duiveltje eronder



De adelaar als symbool van Johannes


De leeuw als symbool van Marcus en de stier als symbool van Lucas


De engel als symbool van Mattheüs

Het orgel

Het orgel komt uit Wales en is een plaatje om te zien. Het is gebouwd door Peter Conacker & Co. De kleuren en de motieven vangen de aandacht zodra je binnenkomt. Zo heb je aan allebei de kanten van de kerk een kunstwerk waar je oog op valt. 


Het orgel is afkomstig uit Wales

Met een kerkschip naar de overkant

Lange tijd 'kerkten' de inwoners van Driel in Oosterbeek. Daar moet al rond het jaar 900 een zaalkerk hebben gestaan. Hier werden de diensten gehouden, huwelijken gesloten en kinderen gedoopt. Omdat Oosterbeek aan de andere kant van de Neder-Rijn lag, werden de kerkgangers met een zeilboot naar Oosterbeek gebracht. 
Het schip hoorde ook bij de kerk en werd het kerkschip genoemd. Eenmaal aan de overkant volgde je de kortste weg over het Kerkpad dat rechtstreeks naar de kerk liep. 
Dat overzetten heeft een behoorlijke tijd geduurd. Het begon al rond het jaar 1000 en duurde tot Driel kerkelijk zelfstandig werd. En dat was in 1455*. 'Kort daarna zal het kapelletje zijn opgetrokken en zijn koor en toren gebouwd. In 1467 kon de kerk in de huidige vorm worden ingewijd' (Dullemen, J). Dat is ook het moment waarop er mee betaald moest worden aan de bouw van de Dom (zie onder).

Het vergeten veergeld

Aan het (kerk)schip is een legende verbonden waarin verteld wordt dat een dommelende schipper wakker schrok door het verschijnen van een vreemdeling. Hij kreeg de opdracht om hem over te zetten. De oude man droeg een lange mantel. Onder die mantel bleek hij een zak met goud te bewaren die begraven moest worden op de Hunnenschans. En natuurlijk kreeg de veerman de opdracht om dat te doen. Een gat met je handen graven, de zak met goud erin stoppen en het weer dichtmaken. 'En er nooit meer naar zoeken', was het bevel. Daar lag de schat dan verborgen bij de wortels van een grote eik. 

De vreemdeling werd weer overgezet en vergat het veergeld te betalen. Hij verdween zogezegd in het niets. Natuurlijk ging de veerman op zoek naar de schat die hij met eigen handen begraven had. Maar die bleek niet meer te vinden. Tot hij het nog een laatste keer probeerde, in een periode van grote armoede met een zieke vrouw. De wind suist en hij hoort een stem: 'het veergeld dat ik vergat'. Bij de stam van de boom waar de veerman staat vindt hij tien goudstukken. Daar kan hij een tijd mee vooruit. De rest ligt er waarschijnlijk nog...



Het Drielse veer, door Paul Joseph Constantin Gabriël
Afbeelding Open Domein

Oude rekeningen

*) Driel werd in 1455 een zelfstandige kerspel (eigen kerkelijke gemeente). Uit oude rekeningen blijkt dat er in 1467 drie stuivers afgedragen moesten worden voor de bouw van de Dom. De kerkjes in Oosterwijk, Wolpheze en Heteren waren ouder en gingen al eerder betalen (zie noten). 


 rekeningnummer 46, p. 423 (screenshot)


Originele document (screenshot)


Energie

Ik heb dit kerkje ervaren als een plaats, waar de energie zich over het hele schip lijkt te verspreiden. Vanaf het orgel lopend neem ik een sterke energie aan de rechterkant waar. Terwijl ik er nog een tijdje zit voelt het voor mij alsof de energie zich door het hele kerkje verspreid heeft. Het koor is iets schuin op het schip gebouwd, de energielijn volgend. Je ziet dat vaker, b.v. in de kerk van Breda en ook in de Walburgiskerk in Zutphen. 

Driel ligt vlakbij Oosterbeek. Oosterbeek ligt op een energielijn die over de Utrechtse heuvelrug loopt. De steden die genoemd worden zijn Bilthoven, Zeist, Driebergen, Doorn, Maarn, Darthuizen, Leersum, Rhenen. De lijn loopt door naar Gelderland en hier worden de plaatsen Wageningen, Renkum, Heelsum, Doorwerth, Wolfheze en Oosterbeek genoemd (Uyldert, p. 227). 




Adres

Kerk Driel: Kerkstraat 8 Kerkstraat 8, 6665 CG, Driel (hoek Ausserstraat)
Contact: kerkrentmeesters@pkndriel.nl

Noten

* Stichting kerk 
De data in de bronnen verschillen. De kerk noemt 1455 als stichtingsmoment en 1457 als inwijdingsjaar.  

* In de oudste rekeningen van den fabriekmeester (1395-1450) worden Heteren, Wolfheze en Oosterbeek al genoemd (bron, p. 27). Het origineel bestaat wel, maar door een beschadiging is de tekst tussen Rhenen en Spankeren is vrijwel onleesbaar (bron, p. 30) 
 

Bronnen

Boer, Jan. L de, In’t Geldersche Rijnland, Geschiedenissen en Legenden van den Zuid-Veluwerand,
Volledige beschrijving van het kasteel Doorwerth (bron: Nico van Schaik, waarvoor dank).
Dullemen, J van, Rondom een oude dorpskerk, MXMLXXXVII

Websites

Meer informatie over het Kerkpad

Reacties

Een reactie posten