Anloo: een kerk met een oude geschiedenis

Door Joke Visker - 9/25/2019

Komend vanuit Groningen maken we een tussenstop in Anloo. Blij verrast dat we onverwacht een afspraak hebben kunnen maken om de kerk te bezichtigen. De huidige Romaanse kerk stamt uit de Middeleeuwen. Maar al in de negende eeuw stond hier een houten voorganger.  Een oude plek met voor-christelijke wortels en verhalen over leylijnen. Die energie wil ik graag waarnemen. En waar moeten we de geheimzinnige naam van de moedergodin AnnA zoeken in deze kerk? Met twee hoofdletters nog wel...? 


Priesterdeurtje in het zuiden

Bij een eerste ronde langs de buitenkant van de kerk stuiten we op een klein deurtje ter hoogte van het koor. Het werd gebruikt als ingang voor de priesters, waaraan het de naam priesterdeurtje ontleent. De ingang voor de mannen was oorspronkelijk ook in het zuiden, meestal recht tegenover de ingang van de vrouwen in het noorden aan het begin van het schip.


Het priesterdeurtje aan de zuidzijde

Vrouwen ingang in het noorden

Boven de dichtgemetselde noordelijke ingang voor de vrouwen is een beeltenis aangebracht die ik even thuis moet brengen. Het stelt een mannenfiguur voor in een biddende houding. Beetje vreemd boven een vrouweningang, is mijn eerste gedachte. Later blijkt dat het hier gaat om een zandstenen grafplaat, die een voormalige beelden-nis bedekt. Een beetje passend gemaakt voor de gelegenheid. Dit type sarcofaagdeksel van zandsteen is bijzonder in Nederland, maar komt vaker voor in het naburige Oost-Friesland (Duitsland). Ik vraag me af welk beeld er oorspronkelijk in de nis heeft gestaan?


Oorspronkelijke vrouweningang met afgesloten beelden-nis

Een klein raampje om naar binnen te gluren

Op de rand van koor en schip is een klein raampje ingebouwd in de noordelijke muur. De officiële naam ervoor is hagioscoop. Vanaf de buitenkant had je zo zicht op het altaar of eventuele relieken. Ook kon je volgens de annalen de kerkdienst volgen van buitenaf. Maar hetzelfde raampje zou ook de functie gehad kunnen hebben om licht te laten vallen op het altaar in de kerk. En dat zou hier wel eens het geval kunnen zijn. In de nis stond namelijk hoogstwaarschijnlijk een altaar met een Mariabeeld. Mogelijk is dit raampje later aangebracht om hier zicht op te bieden? Het fresco op de muur lijkt op die plaats 'onderbroken'. Bij mijn weten was een meer gebruikelijke plaats voor zo'n klein raampje ter hoogte van het koor. Je keek dan op het hoofdaltaar. Dit laatste is na de Reformatie verwijderd. De bovenplaat ervan is hergebruikt als grafsteen voor Roedolf Wolters, te vinden in het koor.


Hagioscoop noordzijde buiten en binnen

Hoofdaltaar en zijaltaren

Oorspronkelijk bezat de kerk drie altaren. Het hoofdaltaar stond zoals gebruikelijk aan het hoofdeinde van het koor. Dan waren er nog twee zijaltaren aan weerszijden van het einde van het schip, bij de boog naar het koor. De altaren zijn verdwenen, maar de nissen herinneren nog aan hun bestaan.

In en rond de nis zijn aan beide kanten resten van een fresco bewaard gebleven. De ouderdom ervan wordt geschat op de 13de eeuw. De schildering in de nis stelt de vlucht naar Egypte voor. Jozef is afgebeeld met een knapzak, samen met een ezel. Maria is een beetje vervaagd.
Samen met de twee andere fresco's vormden ze de achtergrond voor een Maria altaar, dat in de nis gestaan moet hebben. Maria altaren stonden gewoonlijk in de noord-oosthoek van het schip.


Overzichtsfoto fresco's noordzijde en boven de boog


Een verborgen grafkelder

Tijdens een restauratie van het schip is in 1942 onder het koor een oude grafkelder ontdekt. Die vondst leidde tot een meningsverschil tussen de archeoloog en de restaurateur. De eerste wilde tijd voor meer onderzoek, de tweede wilde door met het werk, omdat het koor niet onder de restauratie viel.
Het geheel werd afgesloten, maar niet nadat de restaurateur een vluchtige blik door het ontstane gat geworpen had. Hij ontdekte de schedels van twee volwassenen en een kind. Het gat werd gedicht en de kelder kwam in het vergeetboek. Het bestaan ervan werd teruggevonden in een oud archief. Dat was rond 1980. In 2016 leidde dit uiteindelijk tot nieuw onderzoek.
Een rijke edelman van het geslacht Alberda heeft de grafkamer in 1750 laten bouwen. Naast zijn twee echtgenotes en een dochtertje zijn er nog vier onbekende mensen in bijgezet.
De Magnuskerk van nu is rond het jaar 1050 gebouwd. De trap die toegang geeft tot de ruimte bestaat uit keien en lijkt uit deze tijd te stammen. De grafkelder is dus zo'n 700 jaar later gebouwd, waarbij gebruik gemaakt is van deze middeleeuwse voor het oog verborgen trap.
Waar heeft die eerste trap naar geleid? Was er ooit sprake van een crypte onder het koor? Je bouwt geen trap naar beneden naar een plek waar niets is, toch? En wisten de bouwers van de grafkelder van het bestaan van die trap?
De kelder is te bezichtigen. Een steil trappetje leidt naar beneden. Zelf houd ik het bij foto's maken en ga de uitdaging niet aan 😉.



Terug gevonden grafkelder onder het koor


Een sarcofaagdeksel met vroeg-christelijke motief

Naast de kansel ligt een bijzonder Romaans sarcofaagdeksel uit de twaalfde eeuw. Het is net als het deksel boven de voormalige vrouweningang gemaakt van gele Bentheimer zandsteen. Het laat een kruis zien dat door bladmotieven omgeven is.
Het motief op dit sarcofaagdeksel is voor-christelijk en laat zich van twee kanten bekijken. Bij het kruis zijn aan de onderzijde delen van een zonnerad te zien, vergelijkbaar met Keltische kruizen.
Maar draai je je om, of beter gezegd, kijk je vanaf de andere kant, dan herken je het motief van de levensboom, met de zon aan zijn voet. Door de dwarsbalk van het kruis lijkt deze dan geworteld in de aarde. Ook hier keert het zonne-motief terug. De grafplaat is tevoorschijn gekomen tijdens opgravingen.


Grafsteen met voor-christelijke motieven, zonnerad, levensboom 


                Motief zonnerad                                               Keltisch kruis (Schotland, 2017)

Fresco op de noordelijke wand

Het geboortetafereel van Jezus is afgebeeld op het bovenste deel. Maria ligt in een Drents boerenbed onder een groene sprei, de os en de ezel aan de bovenzijde. Naast de dieren zijn  2 x 3 vage, elliptische vormen getekend. Het kindje Jezus ligt in doeken gewikkeld in de armen van Maria. Het bed rust op een rand met zigzag strepen, met bladmotieven er tussen. Het geheel wordt bekroond met een timpaan met aan beide zijden ervan de kop van een stier.
Van het onderste deel zijn twee scènes bewaard gebleven. Op de linker wordt de annunciatie voorgesteld: de engel die de geboorte van Jezus aankondigt. Op de rechter afbeelding staan twee mensen in omhelzing. Maria ontmoet hier haar nicht Elisabeth, die eveneens zwanger is.


Fresco op de noordelijke muur

Maria op de oostelijke wand

Een prachtige Maria is deels bewaard gebleven op de oostelijke wand. Ze zit op een troon en draagt haar kindje in de linker arm. De baby heeft een bijna volwassen gezichtje en is in het groen gekleed. Het haar van het kindje is geel gemaakt, dat van zijn moeder is groen.
Maria draagt de kleur rood en heeft een halo rond haar hoofd. De rode kleur is een bewijs van de ouderdom van de schildering. In 1649 werd door de Kerk beslist dat de Maagd Maria alleen nog maar in blauw en wit mocht worden afgebeeld.


Maria op een troon 

Het fresco in de nis heeft hoogstwaarschijnlijk als achtergrond gediend voor het Maria altaar. Het beeldt de vlucht naar Egypte uit. Jozef is afgebeeld met een knapzak en de ezel volgt. Maria is vervaagd.



                          rune links naast  de witte rand                                   rune links tweede vak boven

  
Een Drentse versie?

Het geheel stemt me tot nadenken. Sta ik hier te kijken naar een Drentse versie van het mij zo bekende geboorteverhaal? Maria ligt in een boerenbed met het kindje in haar armen. Geen engelen, maar vage vormen die toe lijken te kijken. De kribbe ontbreekt, evenals vader Jozef. 
Op de vlucht naar Egypte wordt hij afgebeeld met een knapzak. Vandaag kun je wandelen over knapzak-paden en in oude tijden lagen hier karrensporen. Hebben de schilders het Bijbelse tafereel vertaald naar hun eigen leefomgeving of moet ik dieper graven? 

Een gekerstend heiligdom

Waarschijnlijk is het eerste houten kerkje op een voor-christelijk heiligdom gebouwd. Dat kan bijna niet anders, want onze voorouders bouwden tot 1350 hun kerken bij voorkeur op de heilige plaatsen van hun voorgangers. Dat waren plaatsen met een bijzondere energie.
In de naam Anloo vinden we de naam van Anna terug. Het woord 'loo' komt uit de Germaanse taal. Het kan zowel 'open plek in het bos' als 'bosje op hoge zandgrond' betekenen. Vanuit het Latijn wordt 'loo' vertaald als 'heilige plaats'. Kelten en Druïden vereerden hun godin op open plekken in het bos. Staat de kerk op een plek waar ooit de godin Anna werd vereerd?  

Energie

Als we de kerk naderen vanuit het dorpscentrum is de energie al waarneembaar. Staand aan de linkerkant voor de toren ervaar ik deze het sterkst.
Ik vind dit terug in het boek Leylijnen en leycentra in de lage landen. Uit paranormale waarneming van de schrijvers kwam naar voren dat er twee hunebedden bij de kerk gestaan hebben, die mogelijk voor de fundering zijn gebruikt. Het grootste ervan lag vlak aan de zuidmuur en een kleinere nog wat zuidelijker. Verder is er door de schrijvers een tempeltje waargenomen van vier meter lang. Dit was iets ten zuiden van het leycentrum gelegen. Aan wie zou dat tempeltje gewijd zijn geweest?

De zoektocht naar Anna

Na al dit moois ben ik nog maar half op weg. De energie is duidelijk waar te nemen, maar de zoektocht naar Anna is nog niet voltooid. We turen naar haar naam op de fresco's en bestuderen lege muren op zoek naar runentekens. Stoelen worden van hun plaats gehaald om de vloer te inspecteren. Ondanks al onze inspanningen blijven aanwijzingen voor Anna voor ons verborgen.

Een voortgezette zoektocht brengt runen aan het licht en leert me op een andere manier naar het noordelijke fresco kijken. Niet alleen naar de elementen die ontbreken, maar ook naar de gebruikte kleuren. Rood en groen overheersen in de schildering. Het zijn de kleuren van vruchtbaarheid en leven. Denk maar aan de rode jurk van Maria. Zelfs de sterretjes zijn rood. Vraag een kind naar de kleur van de lucht en het zegt blauw. Het gras is groen en sterren zijn ... geel (of wit). Alleen de planeet Mars heeft een rode kleur en daar hebben kinderen nog geen weet van.

Kan het hier gaan om een 'gekerstend' fresco, teruggrijpend op de voor-christelijke verering van de moedergodin? De godin van geboorte, dood en wedergeboorte? Zij die in sprookjes de levensdraad spint, verbindt met anderen en weer doorsnijdt? De archetypische moeder die leven geeft?

Naar de naam van Anna hebben we lang moeten zoeken. Pas als je ver genoeg weg staat vallen de twee (rode) vormen op bij het noordelijke fresco. Laat je oog vallen op het het timpaan en het linker poortje onderaan. Glijd met je blik nog een keer van onder naar boven en je hebt gevonden wat je zocht. Dat geldt in ieder geval voor mij 😉.


Toegangsbord bij de Magnuskerk links voor de toren


De rode Mantel van Maria

Tijdens mijn (veelvuldige) bezoeken aan oude kerken speurt mijn oog naar Maria's met een rode mantel. Dat rood was op een gegeven moment uit den boze, omdat het de vruchtbare vrouw en moeder symboliseerde. De Drievoudige Godin werd vroeger uitgebeeld in drie kleuren: wit voor de Maagd, rood voor de moeder en zwart voor de oude, wijze vrouw of Crone. Drie fasen van het vrouw-zijn maakten de cyclus compleet.
In 1649 werd door de Kerk beslist dat de Maagd Maria alleen nog maar in blauw en wit mocht worden afgebeeld. Vanaf dan moet ze worden afgebeeld in de bloei van haar jeugd, met een zacht gezicht en goudkleurig haar. Haar handen gevouwen onder haar borst of in gebed, de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren rond haar hoofd. Ze vertrapt het hoofd van de draak onder haar voeten.
Het was Spaanse kunstschilder Pacheco die deze regels voor de Inquisitie vaststelde en vastlegde in zijn Arte della Pintura.

Bron: Our Lady in Art. Met dank aan Margaret Starbird voor deze aanvullende informatie.

Verplicht bouwen op heilige plaatsen

Onze voorouders bouwden tot 1350 hun heiligdommen bij voorkeur op krachtplaatsen. Deze plaatsen werden in principe door de Kerk overgenomen en gekerstend, net zoals dit met het altaar gebeurde. Het in gebruik nemen van deze 'heidense' plaatsen gebeurde in opdracht van Paus Gregorius de Grote. Tijdens het Concilie van Tours in het jaar 567 werd het vereren van stenen, bomen en bronnen verboden. In 601 verbiedt Paus Gregorius de Grote (589-604) het verder verwoesten van heilige plaatsen. Hij geeft per brief aan Mellitus de opdracht om alle heidense plaatsen te integreren in het christelijk geloof ('de tempels van de heidenen niet te verwoesten maar met wij-water te besprenkelen en daarna in christelijke kerken te veranderen').
Het verbod om nog langer op voorchristelijke plaatsen te bouwen lijkt in relatie te staan met het uitbreken van de pest. 


Bron: Brief Paus Gregorius aan Mellitus: link





Adres

Magnuskerk, Kerkbrink 1, 9467 PH Anloo
Website: https://www.magnuskerk.nl/
De kerk is geopend op afspraak.
Mailadres:info@magnuskerk.nl
Telefoonnummer: 06-20 97 68 87


Bronnen

Bergman, Ineke, Godinnen van eigen bodem (2007)

Brochure: De middeleeuwse kerk van Anloo (2019)
Dijk, Ada van, Romaans Nederland (Zodiaque) (1994)
Kroesen, J.E.A, Verdwenen zijaltaren, artikel Nieuwe Drentsche volksalmanak 2007
Lee, Katherine Rawlings Jenner e.a, Our Lady in Art (1910), Reprint: BiblioLife, LLC 
Starbird, Margaret, De vrouw met de albasten kruik (1995)
Vleer, Wigholt, Leylijnen en leycentra in de Lage Landen (1992)

Websites

Betekenis Loo: link Hagioscoop: link
Grafsteen Roedolf Wolters: link
Plattegrond grafkelder: link
Korte geschiedenis van de grafkelder: link 1, link 2
Runen: link 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten