donderdag 14 december 2017

Schuddebeurs en de tempel van Circe

Deze blogpost is een vervolg op: Schuddebeurs, een bos met een legende


Het heuveltje in het kleine stukje bos bij Schuddebeurs


Ik sta op het heuveltje in het kleine stukje bos van het gehuchtje Schuddebeurs. Hier stond Odysseus volgens de schrijver toen hij de tempel van Circe op het eiland zag liggen. Op de fundamenten ervan zou het klooster Sion zijn gebouwd. Altijd waard om te onderzoeken. Maar duinen vind je aan de rand van de kust en ik kijk uit over een klein meertje... 

Odysseus in West-Europa

De Griekse dichter Homerus schreef de heldendichten over Ilias en Odysseus. Het eerste verhaal gaat over de Trojaanse oorlog. Het tweede beschrijft de tochten die Odysseus na afloop ervan maakt. 
Het verhaal van Odysseus speelt rond het jaar 1200 voor Christus en wordt door de meeste mensen gesitueerd in het gebied van de Middellandse zee. 
Een aantal schrijvers verplaatst deze mythe van Turkije naar West-Europa (1). Ze doen dit o.a. op grond van Homerus' beschrijvingen van weersomstandigheden, eb en vloed en de kleur van de zeeën. De route die Odysseus volgt wordt gedetailleerd beschreven. Kaartjes en zeeroutes ondersteunen het geheel. Na een aantal omzwervingen belanden Odysseus en zijn mannen bij de tempel van Circe. We moeten die volgens de schrijvers zoeken in de nabijheid van Zierikzee. Deze stad wordt door hen gezien als het belangrijkste religieuze centrum van die oude tijd. De godin Circe ("Tsiertse") zou haar naam aan de stad gegeven hebben. 

Schuddebeurs en Noordgouwe

Ik ga opnieuw op onderzoek uit. Het gehuchtje Schuddebeurs en het naburige kerkdorpje Noordgouwe, die tegenwoordig deel uitmaken van de gemeente Schouwen Duivenland, liggen op een steenworp afstand van Zierikzee. In een ver verleden zou in het bos tussen deze plaatsjes een heiligdom van de godin Circe hebben gestaan. Op de fundamenten ervan zou later het klooster van Sion gebouwd zijn.
Het beboste heuveltje in Schuddebeurs ligt op een kleine 200 meter afstand van de plaats waar de resten van het klooster Sion zijn gevonden. Het klooster lag op het grondgebied van Noordgouwe. Bos en klooster werden gescheiden door de Kloosterweg die langs Schuddebeurs loopt. 

Het heuveltje en de tempel van Circe

Met het boek van Gideon inmiddels in mijn bezit kan ik het verhaal beter volgen. De bewijzen worden aan de tekst van de dichter zelf ontleend, lees ik op de binnenkant van de kaft. Odysseus stond op een duintop en zag een eiland met de tempel van Circe. 'Ik zag, op een uitkijk geklommen, hoog stond ik boven, een eiland, de zee omkranst het, oneindig. Zelf ligt het laag en door 't hout en het dichte struikgewas zag ik rook voor mijn ogen'. Hij situeert het  het klooster 'aan de overkant' van het water in het oosten, conform de tekst, maar niet conform de werkelijkheid.
Op een oude kaart uit 1664 staat het klooster Sion ten noorden van Schuddebeurs getekend. Het  was gelegen bij de kruising van de Heesterlustweg  en de Kloosterweg. Op die plaats zijn de fundamenten ervan in 2011 zichtbaar geworden. Het boek is geschreven in 1973, dus voor de ontdekking van de fundamenten. 
Ter vergelijking leg ik het boek van Wilkes ernaast. De vertaling in zijn boek luidt: 'Want ik klom op een zanderig uitkijkpunt en bekeek toen het eiland dat de onmetelijke zee als een krans omringt. Het eiland zelf is laaggelegen, en middenin zag ik rook met mijn ogen door dichte struiken en bos opstijgen'. Deze schrijver situeert de heuvel waarop Odysseus op de uitkijk stond in de buurt van Burgh-Haamstede. 
                               

Het bos waar de tempel stond  (Gideon foto 7)        Meertje vanaf het heuveltje             


                       Het kaartje van Gideon (p. 73)            Oude kaart uit 1664 (bron: Planviewer 




Links: Einde Schuddebeurs met zicht op de kruising Heesterlustweg met de Kloosterweg
Rechts: Kijk je vanaf de kruising terug dan ligt links van de weg het kleine bos 
                
Cyclopische muren en glad gepolijste stenen


De schrijver situeert de tempel op het eiland Duiveland en maakt een vergelijking met de heiligdommen van de Kelten. Hij beschrijft het als 'een kring van grote stenen op een open plaats tussen de eiken'. De toevoeging dat het klooster Sion later op de fundamenten ervan gebouwd is leidt tot de gedachte dat het hier om een voor-christelijke religieuze plaats moet gaan. 
De volgende beschrijving roept raadsels bij me op. Ik citeer: 'De fundamenten waarop het stond hadden de z.g. cyclopische bouw waarbij de blokken zonder bindsel, naast en op elkaar geplaatst werden wat een zeer oude herkomst verraadt'. Wat moet ik me hier bij voorstellen? Een paar bladzijden verder krijg ik wat meer informatie. De metgezellen van Odysseus vinden een delling (vallei of dal) met daarin het paleis van Circe. Het is gebouwd van gehouwen natuursteen en ligt op een rondom zichtbare plek. Om wat meer duidelijkheid te krijgen raadpleeg ik de vertaling in het boek van Wilkes. Hier wordt gesproken over het huis van Kirke (zo spreken sommigen Circe uit), gebouwd van glad gepolijste natuursteen. Even verder valt het kwartje met de steencirkel bij het lezen van de volgende zin: 'De ouden zaten op gepolijste stenen in de gewijde cirkel' (citaat Ilias, boek 18, 504).

Keltisch heiligdom

Beide schrijvers lijken uit te gaan van een Keltisch heiligdom, beschreven als een kring van stenen op een open plek in het woud. Ze plaatsen het op verschillende locaties. Duidelijk is dat het klooster van Sion niet gebouwd is op de fundamenten van zo'n voor-christelijk heiligdom. Het getekende kaartje past wel bij de tekst, maar niet bij de werkelijkheid. Dat er op het beboste heuveltje een bijzondere sfeer voelbaar is klopt.
Zierikzee, Schuddebeurs en het klooster Sion liggen op een bijna rechte lijn ten opzichte van elkaar. Heel misschien zou er sprake kunnen zijn van een energielijn die deze drie punten verbindt. Bewijs is er geenszins.

De bewijsvoering


De schrijvers ontlenen de bewijzen voor de West-Europese (en Keltische) versie van de Ilias en de Odysseus aan de beschrijvingen van Homerus zelf. De reizen van Odysseus moeten volgens hen plaatsgevonden hebben in West-Europa. Routes en kaartjes zijn nauwkeurig uitgewerkt. In het geval van de weersomstandigheden, de kleuren van de zee en getijden kan ik wel in deze verplaatsing meegaan. Op een aantal punten heb ik mijn vraagtekens. 
Hoewel beide schrijvers alle moeite doen om hun bewijs sluitend te krijgen lukt het hen niet me volledig te overtuigen. Gideon krijgt wat mij betreft op sommige punten het voordeel van de twijfel.
Wilkens gaat dermate in zijn zoektocht op, dat hij naar hartelust allerlei dingen aan elkaar knoopt. Zijn bewijsvoering is uitputtend en niet altijd geloofwaardig. Hij lijkt er heilig van overtuigd dat de Odysseus 'een beschrijving is van een oorlog tussen Kelten, van Atlantische zeeroutes en de gnostische religie'. Met behulp van dierenriemtekens ontrafelt hij gecodeerde zeeroutes. Zijn boek leg ik na 345 bladzijden ter zijde. De vraag is of je de schoonheid van de mythe moet willen ontrafelen...



Routebeschrijving

Schuddebeurs is bereikbaar vanaf de rotonde in Zierikzee. Ga  rechts de (Lange) Blokweg op. Bij ANWB bord Schuddebeurs , linksaf Sint Joostweg inslaan. Rechtsaf  Donkere weg op. G
a bij de 'driehoek' (zie kaart) linksaf de Heesterlustweg op. Kort daarna is rechts de ingang naar dit natuurgebied. Parkeren aan de rand van het kleine natuurgebied.





Noten

(1) Er zijn vijf schrijvers die dit onderwerp belichten of noemen.

Charles-Joseph de Grave schreef het boek:  République des Champs Elysées (1806, postuum uitgegeven). Hierin wordt bewezen dat Plato’s ATLANTIS in de Nederlanden gelegen was. De Grave is een fervent aanhanger van de Atlantismythe.
Zijn werk werd aangehaald en uitgebreid door Théophile Cailleux in zijn boek : Belges et Bataves, leurs origines, leur haut importance dans la civilation primitive, d’apres les theories nouvelles (1881). 
Ernst Gideon schreef het boek: Homerus, zanger der Kelten’, Odysseus op Schouwen-Duiveland (1973). Hij gebruikt het werk van Cailleux en het verhaal van Homerus als gids.
Mellie Uydert wijdt een stukje aan dit onderwerp in haar boek Het Zonnejaar. Hoofdstuk: Het nabije Atlantis (1981)
Iman Jacob Wilkens volgt met: Waar eens Troje lag (1990). 
Hubert Lampo maakte een studie over het werk van de Grave: Toen Heracles spitte en Kirke spon (1973)

Geraadpleegde bronnen

Gideon, E: Homerus, zanger der Kelten, Deventer,1973
Lampo, H: Toen Herakles spitte en Kirke spon, Amsterdam-Brussel, 1973
Uyldert, M, Het Zonnejaar p. 142, 143 Amsterdam, 1981
Wilkens, I.J. : Waar eens Troje lag, Leeuwarden, 2013

Websites


Geen opmerkingen:

Een reactie posten