zondag 2 december 2012

Zonnewendes in het groot

In mijn vorige blog schreef ik over de vier dierenriemtekens die het galactische kruis vormen. Daarnaast bestaat een tweede kruis dat we kunnen vormen door de equinoxen en de zonnewendes met elkaar te verbinden. Deze momenten zijn gerelateerd aan de stand van de zon op aarde. Op 21 juni en 21 december staat de zon drie dagen stil om daarna van koers te wisselen, van licht naar donker en van donker naar licht. Jan Wicherink schreef in zijn boek De Grote Galactische Conjunctie over het samenvallen van deze twee kruizen. Je moet je voorstellen dat het Galactische Kruis op zijn plaats in het universum blijft. Het andere kruis, dat ik even voor het gemak het 'Seizoenskruis' noem, wisselt heel langzaam van plaats. Dat heeft te maken met het fenomeen 'Precessie' waarbij de zon gezien vanuit het lentepunt elke 2160 jaar naar een ander dierenriemteken verschuift. Op dit moment gaat de zon langzaam richting Waterman, maar staat nog aan het eind van het teken Vissen. Waterman is een van de tekens die bij het Galactische kruis horen. Als Waterman bij het lentepunt hoort, dan valt het zomerpunt onder het teken Stier, de herfst onder het teken Leeuw en de winter onder het teken Schorpioen. In onze tijd vallen de zomerzonnewende en de winterzonnewende allebei op een punt van het Galactisch kruis. Op 21 december  a.s staat de zon in het teken Boogschutter, vlak bij de 'poort' van de Schorpioen. De Zon staat hierbij op (of in?) de Melkweg. Dat dit niet vaak voorkomt lees je in het bovengenoemde boek. Nieuwsgierig maakte ik een plaatje voor mezelf waarin ik de informatie tekende. Mijn conclusie was, dat de Zon in het midden van de Melkweg zou staan als de twee kruizen op elkaar vielen.


Op de site van de auteur vond ik een aantal plaatjes uit zijn boek terug, aan te raden voor wie meer wil weten. Van een bekende kreeg ik vandaag een link doorgestuurd van een artikel geschreven door Krijn Koetsveld. Hij verwijst o.a. naar het boek van Wicherink, maar geeft ook een paar interessante aanvullingen. Zo schrijft hij dat een aantal piramides op de wereld uitgelijnd staan met een afwijking van 23,5 graden t.o.v. de evenaar (de as van de aarde laat een  afwijking van 23,5 graad zien). En wat ik nog boeiender vind is dat hij de tijdspanne van de bekende seizoenen uitbreidt met een cyclus waarin een kosmisch seizoen 63 miljoen jaar duurt. Lezen dus zou ik zeggen. Zelf heb ik net een ander boek van Jan Wicherink besteld: Achter De 2012 Horus-Zon . Ben benieuwd :-).